Behandeling van Parkinson

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Behandeling

De behandeling van de ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson kan (nog) niet genezen worden. De precieze oorzaak van het gebrek aan dopamine is niet bekend en er zijn geen medicijnen om de natuurlijke aanmaak van dopamine te herstellen. De behandeling van ParkinsonpatiŽnten is er dan ook op gericht om de symptomen te bestrijden door het dopaminetekort aan te vullen.

De behandeling van Parkinson is uitgebreid: er zijn verschillende medicijnen, er kunnen operaties worden verricht en oefeningen worden gedaan. Wat er ingezet wordt, hangt af van de behoefte. Deze kan per patiŽnt verschillen. De behandeling is dan ook 'multidisciplinair', oftewel er zijn verschillende hulpverleners bij betrokken, elk met een eigen specifieke bijdrage aan de behandeling.

Naast de neuroloog kan dan bijvoorbeeld de fysiotherapeut betrokken zijn bij de behandeling. Hij of zij geeft advies over het draaien in bed en problemen bij het lopen. De logopedist kan ingeschakeld worden bij moeilijkheden als kauwen, slikken en praten. Andere hulpverleners die erbij betrokken kunnen worden, zijn bijvoorbeeld de ergotherapeut, de parkinsonverpleegkundige, de diŽtist, de maatschappelijk werker of de seksuoloog.

Deze extra paramedische hulpverlening kan enorm bijdragen aan de kwaliteit van leven.

Medicijnen

Er zijn verschillende medicijnen die de verschijnselen van de ziekte van Parkinson onderdrukken. Deze medicijnen vullen het tekort aan dopamine aan of stimuleren de dopamine receptoren (de dopamine-agonisten). Daarnaast zijn er verschillende medicijnen die een indirect effect hebben op het dopaminetekort.

Het oudste en nog altijd belangrijkste geneesmiddel is levodopa, ook vaak dopa genoemd. Deze stof is verwant aan de stof dopamine. De hersenen maken weliswaar geen dopamine meer aan, maar ze kunnen nog wel de stof levodopa omzetten in dopamine. Zo wordt het tekort aan dopamine voor een deel aangevuld.

Wanneer de symptomen van de ziekte het dagelijks leven of het werk gaan beÔnvloeden, zal de neuroloog starten met medicijnen. Welk medicijn precies, hangt o.a. af van de klachten en van de leeftijd van de patiŽnt.

Alle Parkinson-medicijnen hebben bijwerkingen. Het is dan ook belangrijk om een evenwicht te vinden tussen het effect en de bijwerkingen van de geneesmiddelen. Dit verschilt van persoon tot persoon en moet blijken bij het gebruik van de medicijnen.

Levodopa

Levodopa is het oudste en nog altijd meest gebruikte medicijn om de symptomen van Parkinson te onderdrukken. Er zijn twee levodopa-preparaten verkrijgbaar, Madopar en Sinemet, die qua werkzaamheid vergelijkbaar zijn.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid en orthostase klachten (licht zijn in het hoofd bij het overeind komen). Om deze bijwerkingen te bestrijden is er een ander geneesmiddel, genaamd Motilium (domperidon). De klachten verdwijnen vaak na een aantal weken. Een andere bijwerking zijn responsfluctuaties.

Responsfluctuaties ontstaan meestal na een aantal jaren gebruik van levodopa. Hierbij fluctueert de werkzaamheid van het geneesmiddel. Door deze fluctuaties in werkzaamheid ontstaan er perioden gedurende dag waarop de ParkinsonpatiŽnt meer Parkinson-verschijnselen ervaart, zoals stijfheid en traagheid. Op andere momenten wordt de patiŽnt juist erg beweeglijk. Deze fluctuaties kunnen verminderd worden door de dosering van levodopa aan te passen of door andere medicijnen toe te voegen.

Duodopa

ParkinsonpatiŽnten die geen baat meer hebben bij de gebruikelijke behandeling met tabletten, kunnen duodopa krijgen. Vooral patiŽnten die ernstig on/off responsfluctuaties hebben, kunnen vaak geen kant meer op. De dopamine wordt dan niet meer opgeslagen in de hersenen. Deze patiŽnten hebben alleen nog baat bij een gelijkmatige afgifte van dopamine.

Duodopa is een systeem voor de continue toediening van levodopa. Het systeem bestaat uit een pomp en een slangetje, dat de via de buikwand in de dunne darm wordt geplaatst. Doordat de levodopa gelijkmatig en rechtstreeks in de dunne darm wordt afgegeven, zorgt deze behandeling voor een continue dopamine-stroom richting de hersenen via de bloedbaan. De hoeveelheid dopamine die wordt afgegeven door het systeem, kan per patiŽnt worden ingesteld.

Dopamine-agonisten

Dopamine-agonisten zijn geneesmiddelen die de dopaminereceptoren in de hersenen stimuleren. Ze zijn bedoeld om de symptomen van Parkinson te verminderen. In vergelijking met levodopa zijn ze iets minder effectief, maar patiŽnten hebben met deze geneesmiddelen minder last van responsfluctuaties.

Er zijn verschillende dopamine-agonisten, waaronder Parlodel, Permax, Sifrol en Requip. Ze zijn allemaal vergelijkbaar werkzaam.

De meest voorkomende bijwerkingen van dopamine-agonisten zijn in het begin misselijkheid en orthostase klachten (licht voelen in het hoofd bij het overeind komen). Deze klachten kunnen bestreden worden met het medicijn Motilium (domperidon) en verdwijnen meestal na een paar weken. Ook bij het gebruik van dopamine-antagonisten kunnen responsfluctuaties voorkomen, maar zoals gezegd wel minder erg dan bij levodopa. Ze treden pas na een langere tijd op en komen bij een kleiner percentage van de patiŽnten voor.

Operatieve ingrepen

Als medicijnen nauwelijks of geen effect hebben, of als de bijwerkingen van de medicijnen te ernstig zijn, kan de neuroloog een operatie overwegen. Slechts een klein deel van de patiŽnten komt hier echter voor in aanmerking. De neuroloog zal vantevoren een inschatting maken van het risico en de kans op succes van de operatie.

De belangrijkste ingrepen zijn een laesie, waarbij een kleine beschadiging in de hersenen wordt gemaakt en hersenstimulatie, waarbij een deel van de hersenen wordt gestimuleerd. Bepaalde verschijnselen van de ziekte kunnen hierdoor verminderen.

De ziekte van Parkinson kan door deze operaties echter niet genezen worden. Na de operatie kunnen er daarom nieuwe Parkinson-gerelateerde klachten ontstaan.

Hersenstimulatie: Deep Brain Stimulation (DBS)

Als medicatie niet (meer) helpt of als er teveel bijwerkingen zijn, kan hersenstimulatie overwogen worden. Dit wordt ook wel Deep Brain Stimulation genoemd, ofwel DBS.

Het doel van Deep Brain Stimulation is om klachten te verhelpen zoals beven, stijfheid, bewegingstraagheid, overbeweeglijkheid of onwillekeurige bewegingen. Met deze operatie worden ook alleen de klachten bestreden.

Voor de behandeling worden twee elektroden via een kleine opening in de schedel in de dieper gelegen delen van de hersenen gebracht. Via een onderhuidse verbindingskabel worden de elektroden aangesloten op een neurostimulator. Deze neurostimulator wordt meestal onder het sleutelbeen geplaatst. De neurostimulator kan elektrische pulsjes afgeven in het deel van de hersenen waar de elektroden zitten, waardoor de symptomen onderdrukt worden.

De stimulator wordt naar de individuele behoefte van de patiŽnt geprogrammeerd. Dit programmeren gebeurt door de huid heen en doet verder geen pijn. -->

U bevindt zich hier: PatiŽnten informatie Ľ Behandeling
(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Leven met Parkinson.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)